Casusbeschrijving geslaagde behandeling: nieuwe dynamieken, oude rolpatronen
Cliënte is een 73-jarige vrouw met beginnende dementie, woonachtig op een psychogeriatrische afdeling (PG-afdeling). Het team ervaart haar gedrag als onvoorspelbaar en moeilijk hanteerbaar. Met name tijdens de ochtendzorg kan ze zorg afweren en verbaal sterk uit de hoek komen. Dochter is intensief betrokken en komt vrijwel dagelijks op bezoek. Ze uit regelmatig haar zorgen en stuur het team tijdens zorgmomenten bij.
Aanvankelijk wordt het gedrag van mevrouw gekaderd als probleemgedrag passend bij dementie. Vanuit systeemtheoretisch perspectief wordt echter de vraag gesteld: wat gebeurt er in de interactie tussen mevrouw, haar dochter en het team op het moment dat de spanning oploopt? In gesprekken met dochter en team wordt zichtbaar dat er sprake is van een terugkerend patroon.
Terugkerend patroon
Dochter voelt zich sterk verantwoordelijk om de regie van haar moeder te bewaken, nu haar moeder deze zelf verliest. Op momenten dat zij erbij is, neemt zij onbewust de sturing over. Dit roept bij mevrouw zelf enerzijds herkenning op in haar oude rolpatroon (ze is altijd sterk en bepalend geweest), maar anderzijds ook confrontatie in het hier-en-nu waarin zij afhankelijk is van anderen. Het team voelt zich op zijn beurt gecontroleerd en raakt daardoor gespannen, wat de zorgmomenten verder destabiliseert.
Gezamenlijk ‘aha-moment’
Het gezamenlijke ‘aha-moment’ ontstaat wanneer dit patroon gezamenlijk wordt benoemd, waarin we benadrukken dat het gedrag van mevrouw op zichzelf niet het probleem is, maar de manier waarop ieders betrokkenheid op elkaar inwerkt. Het gedrag krijgt daarmee betekenis binnen de relatie en context. Vanuit deze systemische hypothese wordt gewerkt aan het herpositioneren van de betrokkenen. Met dochter wordt onderzocht hoe zij haar betrokkenheid kan vormgeven zonder de regie over te nemen. Het team oefent met het expliciet afstemmen en begrenzen, terwijl zij de relatie met dochter actief blijft bevestigen. Dochter leert signalen van haar moeder meer te lezen als uitingen van behoefte aan veiligheid in plaats van als tekortschietende zorg.
Veranderende dynamiek – niet door wegnemen gedrag maar door verschuiven van de interactie
In de weken daarna verandert de dynamiek merkbaar. Zorgmomenten verlopen rustiger, mevrouw accepteert de zorg beter en reageert minder fel. Dochter ervaart meer vertrouwen en kan haar bezoeken meer richten op contact in plaats van controle. De verandering ontstaat niet door het wegnemen van gedrag, maar door het verschuiven van de interactie waarin het gedrag ontstaat.
Tekst: Tessa Vanspauwen, gz-psycholoog bij Novicare