Interview met Eric Blaauw
Afgelopen week sprak ik met Eric Blaauw, lector en forensisch psycholoog. Op 3 maart is hij spreker in het webinar Wat drijft een stalker?, maar zijn expertise reikt verder dan stalking alleen. In dit interview vertelt Blaauw over zijn werk op het gebied van complexe psychopathologie, intieme terreur en huiselijk geweld, en deelt hij zijn visie op diagnostiek, risicotaxatie en samenwerking tussen zorg en justitie.
Van forensische zorg naar stalking en intieme terreur
Eric Blaauw begon zijn loopbaan in de wetenschap met een focus op psychopathologie binnen het veld van politie en justitie en daarna op de forensische verslavingszorg. In dat werkveld komen verslaving, psychiatrische stoornissen, persoonlijkheidsproblematiek en complexe sociale omstandigheden samen. Juist die combinatie maakte het vakgebied voor hem zowel inhoudelijk als wetenschappelijk uitdagend.
Van daaruit verbreedde zijn onderzoeksinteresse zich naar thema’s als psychopatie, ernstig geweld en gezinsdoding. Een belangrijk keerpunt in zijn loopbaan ontstond toen een studente hem benaderde met de vraag of zij haar afstudeeronderzoek mocht wijden aan haar eigen ervaring met stalking. Rond die tijd was stalking in Nederland nog geen afzonderlijk strafbaar feit en bestond er weinig systematische wetenschappelijke kennis over het fenomeen.
Samen met de student werd een vragenlijst ontwikkeld en grootschalig uitgezet onder slachtoffers. De respons was groot en de resultaten werden gepubliceerd. Deze onderzoeken vielen samen met een bredere maatschappelijke en juridische ontwikkeling waarin stalking steeds nadrukkelijker als ernstig probleem werd erkend. In 2000 werd stalking in Nederland strafbaar gesteld; hoewel er geen directe causale relatie is aangetoond tussen het onderzoek en de wetgeving, droegen de studies wel bij aan de kennisbasis en het publieke debat.
Vanaf dat moment werd Blaauw steeds vaker benaderd door slachtoffers van stalking en intieme terreur, maar ook door professionals uit de strafrechtketen, waaronder politie en het Openbaar Ministerie. Naast zijn werk als lector is hij actief als pro-Justitia-rapporteur en levert hij deskundigheid op het snijvlak van wetenschap, praktijk en beleid, met bijzondere aandacht voor stalking, relationeel geweld en risicotaxatie.
Situationeel geweld versus dwingende controle
Een centraal thema in het werk van Blaauw is het onderscheid tussen verschillende vormen van huiselijk geweld. “Huiselijk geweld is geen eenheidsworst,” benadrukt hij. “We moeten echt leren differentiëren.”
Hij beschrijft een continuüm. Aan de ene kant staat situationeel geweld: geweld dat ontstaat vanuit stress, relationele problemen of opvoedingsdruk. In een groot deel van deze gevallen is sprake van wederkerigheid en ervaren plegers zelf ook lijdensdruk. “Deze mensen willen vaak dat het geweld stopt en staan relatief open voor hulp.”
Aan de andere kant bevindt zich dwingende controle, ook wel intieme terreur genoemd. “Daar is zelden sprake van wederkerigheid. Het geweld komt voort uit de persoon van de pleger, niet uit de situatie. Het doel is controle, macht en onderwerping.” In deze gevallen ontbreekt vaak de bereidheid tot verandering bij de pleger, maar ook vaak bij het slachtoffer, en is de aanpak fundamenteel anders.
“Als je deze twee fenomenen op één hoop gooit, doe je slachtoffers, plegers én professionals tekort,” stelt Blaauw. “Ze vragen om verschillende interventies.”
Prevalentie en onderrapportage
Over de omvang van het probleem is Blaauw helder, maar ook voorzichtig. “We weten uit cijfers dat er jaarlijks 1,3 miljoen gevallen van huiselijk geweld zijn. Maar als het gaat om dwingende controle, tasten we grotendeels in het duister.”
Schattingen op basis van meldingen bij Veilig Thuis suggereren dat bij ongeveer 18 procent van de meldingen sprake is van dwingende controle. Tegelijkertijd bereikt slechts een klein deel van de slachtoffers formele instanties. “Veel slachtoffers weten niet eens dat wat zij meemaken geweld is. Ze leggen de schuld bij zichzelf.”
Een grove schatting komt uit op ongeveer 50.000 gevallen van dwingende controle in Nederland. “Maar dat is met een enorme slag om de arm.”
Typologieën van plegers
Binnen intieme terreur onderscheidt Blaauw verschillende plegerstypen. Zo is er de antisociale of psychopathische pleger, bij wie narcistische trekken ook vaak sterk aanwezig zijn. Daarnaast is er een groep met sterk patriarchale overtuigingen over man-vrouwverhoudingen, waarbij macht en recht op controle centraal staan.
Andere subgroepen bestaan uit plegers met verslavingsproblematiek, paranoïde kenmerken of afhankelijke persoonlijkheidstrekken. “Bij die laatste groepen speelt narcisme minder prominent, maar controle blijft een belangrijk element.”
Bij ernstige uitkomsten zoals femicide ziet Blaauw dat bij een groot deel sprake is van ernstige narcistische problematiek. “Dat zijn ook de meest behandelresistente groepen. Zij ervaren zelf geen probleem; anderen hebben dat, in hun beleving.”
Impact op slachtoffers
De gevolgen voor slachtoffers van intieme terreur zijn ingrijpend en breed. “Je ziet alles: lichamelijke klachten, psychische problemen, sociaal isolement, financiële afhankelijkheid, verlies van contact met kinderen.” De schade is vaak langdurig en diepgaand.
Volgens Blaauw is het opvallend hoe recent het besef hierover in Nederland is doorgedrongen. “Internationaal is dwingende controle al langer erkend. In Nederland zijn we hier pas de afgelopen zeven, acht jaar serieus mee bezig.”
Behandeling en samenwerking in de keten
Effectieve behandeling van intieme terreur vraagt volgens Blaauw om geduld en langdurige ondersteuning, vooral bij slachtoffers. “Het kan jaren duren voordat mensen durven erkennen wat hen is overkomen.”
Bij plegers hangt de aanpak sterk af van het type problematiek: behandeling van persoonlijkheidsstoornissen, verslavingszorg of het expliciet adresseren van normatieve overtuigingen over man-vrouwverhoudingen. “Dit zijn lange adem-trajecten, bijna altijd met meerdere organisaties tegelijk.”
Goede samenwerking in de keten is daarbij onontbeerlijk. “Als je dit als specialistisch nicheprobleem ziet, sla je de plank mis. Het begint bij de samenleving: bij het gezamenlijk benoemen dat bepaald gedrag niet acceptabel is.”
Rol van de sociale omgeving
De sociale omgeving speelt een cruciale rol bij de aanpak van intieme terreur. “Wat mensen vooral niet helpt, zijn goedbedoelde adviezen als ‘je moet nu weg’,” waarschuwt Blaauw. “Het gaat om erkennen, luisteren en steun bieden.”
Oproep tot beleidsverandering
Tot slot pleit Blaauw voor meer aandacht voor preventie en educatie. “We moeten veel eerder beginnen: op scholen, in opleidingen, in de samenleving. Intiem terreur en femicide zijn niet alleen een zorg- of justitieprobleem, maar een sociaal probleem.”
Daarnaast is meer kennis nodig binnen organisaties. “Zolang we alles onder de noemer ‘huiselijk geweld’ blijven scharen, missen we de essentie. Typologie, context en dynamiek moeten leidend zijn voor de aanpak.”
Wat hoopt u dat lezers meenemen?
“Dat er wezenlijke verschillen zijn tussen huiselijk geweld, intieme terreur en stalking,” besluit Blaauw. “En dat effectieve aanpak vooral ligt in de samenwerking: Kennis en kunde maken daarin het onderscheid.”
Door Thirsa van Til
Van forensische zorg naar stalking en intieme terreur