Home Nieuwskamer Interview met nieuw bestuurslid van de Forensische Sectie van het NIP: recherchepsycholoog Mirjam Hupperetz

Geschreven op:

Interview met Mirjam Hupperetz van de sectie Forensische psychologie

Onze kerntaak is het duiden en beïnvloeden van gedrag, zegt Mirjam Hupperetz, recherchepsycholoog bij de politie en sinds kort bestuurslid van de Forensische Sectie van het NIP. We werken altijd in de operatie, nooit los van de politietaak. Alles wat we doen, moet bijdragen aan opsporing of veiligheid.

Hupperetz werkt samen met zo’n vijftig recherchepsychologen in Nederland, een relatief kleine groep binnen een organisatie van zestigduizend politiemensen. Hun expertise bestrijkt een breed terrein: van risicotaxatie en gedragsanalyses tot advisering bij complexe verhoren. We praten nooit met onze verdachten, benadrukt ze. Ons werk is volledig gebaseerd op gedrag dat we kunnen waarnemen in dossiers, data of via collega’s. Dat maakt ons perspectief anders dan dat van bijvoorbeeld klinisch forensisch psychologen: wij werken zonder direct contact, maar wel met dezelfde diepgang in gedragsduiding.

Van risicotaxatie tot gedragskundige reconstructie

Een belangrijk deel van haar werk bestaat uit risicotaxatie: het inschatten van risico’s op geweld, stalking of herhaling. Dat doet ze op basis van politiedata, literatuur en empirische kennis. We werken met gestructureerde professionele oordelen, aan de hand van de HCR-20 of de Stalking Risk Profile, legt ze uit. Maar altijd binnen de context van de politietaak. Wie is iemand, wat doet iemand en vooral: wat betekent dat voor veiligheid.

Daarnaast voeren recherchepsychologen gedragskundige reconstructies uit, een methodiek die verwant is aan daderprofilering. We analyseren delicten op gedragskundig niveau om te begrijpen wat er waarschijnlijk is gebeurd en wat dat zegt over de dader, vertelt Hupperetz. Niet om een spannend profiel te maken zoals in een televisieserie, maar om opsporing concreet verder te helpen. We vertalen gedragskenmerken naar zoekrichtingen die de politie kan gebruiken. 

Herinneringen en betrouwbaarheid

Naast haar functie als recherchepsycholoog bij de politie  is Hupperetz verbonden aan de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ), waar zij samen met collega’s beoordeelt hoe betrouwbaar verklaringen zijn.

We kijken niet alleen naar wat iemand zegt dat er gebeurd is, maar vooral hoe iemand zich iets herinnert, licht ze toe. Soms komt een herinnering na tientallen jaren terug. Dan vragen we: wat was de trigger? Hoe kwam die herinnering boven? Vanuit geheugenpsychologie weten we dat herinneringen kunnen veranderen , vervormd kunnen worden of helemaal onjuist kunnen zijn. Daarom proberen we onderscheid te maken tussen feiten, aannames en interpretaties.

De LEBZ werkt interdisciplinair: met klinisch psychologen, rechtspsychologen en zedenrechercheurs. Juist die combinatie maakt het werk waardevol, zegt ze. Het is zwaar werk, maar het helpt om zorgvuldig om te gaan met waarheidsvinding in uiterst gevoelige zaken.

Ethiek in de operatie

Ethische dilemmas zijn onvermijdelijk in het recherchewerk, vindt Hupperetz. De politie vraagt ons overal voor: van bommeldingen tot zedenzaken. Maar we moeten telkens afwegen: hoort dit bij ons vak? Wat is onze verantwoordelijkheid? Soms betekent gedrag beïnvloeden ook: grenzen bewaken. Waar ligt de lijn tussen empathisch aansluiten en manipulatie? Wanneer gebruik je iemands kwetsbaarheid en wanneer misbruik je die?

Ze is een voorstander van meer morele reflectie binnen de politieorganisatie. In de zorg heb je moreel beraad, maar bij de politie gebruiken we dit nog maar heel minimaal. Terwijl we voortdurend met morele dilemmas te maken hebben. Het zou heel goed zijn om die structureel te bespreken, juist in multidisciplinaire teams. Dat helpt om onze professionele grenzen helder te houden.

Balans tussen empathie en distantie

Hupperetz kent de emotionele belasting van haar werk. We hebben allemaal te maken met zaken die onder de huid kruipen, zeker bij delicten met kinderen of  moeilijke situaties waar je maar weinig invloed op hebt, zegt ze. Je wilt empathisch blijven, maar ook professioneel. Dat vraagt oefening en zelfreflectie. Wat mij helpt is om altijd terug te gaan naar mijn taak: de gedragsanalyse: wat zie ik, wat kan ik bijdragen? Die helderheid houdt me op koers.

Ze merkt dat maatschappelijke verwachtingen hoog zijn. Er is soms de illusie dat je elk risico kunt voorspellen. Dat we alles kunnen voorkomen als we maar de goede kennis hebben. Maar dat kan niet. We kunnen wel telkens beter leren begrijpen waarom mensen doen wat ze doen en daar telkens beter op handelen.

De toekomst van het vak

De recherchepsychologie is volop in ontwikkeling, zegt Hupperetz. Het vak wordt specialistischer. We zien dat we steeds vaker gevraagd worden bij complexe themas zoals dwingende controle of maatschappelijke onrust. Dat vraagt om verdieping én om goede samenwerking met andere disciplines.

Ook technologische ontwikkelingen zullen hun invloed hebben. AI kan bepaalde adviezen straks misschien deels overnemen, bijvoorbeeld standaardverhooradviezen of het wegen van risicofactoren. Dat geeft ons ruimte om ons te richten op de complexe, ethische en menselijke kant van het werk. AI kan zeker wat toevoegen, maar wij duiden gedrag en vertalen het naar de operatie. Dat blijft vooralsnog mensenwerk.

Een vak voor nieuwsgierige denkers

Wat wil ze jonge psychologen meegeven die zich aangetrokken voelen tot dit veld? Wees nieuwsgierig en bescheiden tegelijk, zegt Hupperetz. Ons werk draait om gedrag begrijpen en vertalen, niet om oordelen. Je moet het leuk vinden om puzzels te leggen met beperkte informatie, om te werken in teams met rechercheurs. En je moet tegen onzekerheid kunnen, want absolute antwoorden bestaan in ons vak niet. Recherchepsychologie betekent telkens weer op zoek gaan naar hoe je als psycholoog meerwaarde kan hebben voor de politiecollega’s en aansluiten bij hun taakstelling.

 

Interview en tekst: Thirsa van Til – Student in Sectie