Nieuwe NZa-beleidsregels GZSP 2026 vastgesteld – NIP blijft in gesprek over positie psychologen
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de beleidsregels voor het eerstelijnsverblijf en de geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (GZSP) voor 2026 vastgesteld. De nieuwe beleidsregels en prestaties gelden vanaf 1 januari 2026 en bevatten de kaders voor het eerstelijnsverblijf en de GZSP, inclusief tarifering en prestaties. Bekijk de verschillende documenten via:
Geen omschrijving wie de zorg mag leveren
Een belangrijke wijziging is dat de zorgprestaties nu functioneel zijn beschreven (zie toelichting beleidsregel GZSP): het gaat om wat voor zorg geleverd mag worden en wanneer deze gedeclareerd kan worden, maar niet meer wie de zorg precies moet leveren. Dit betekent dat de gedragswetenschapper die bevoegd en bekwaam is om (een deel van) de zorg te bieden, deze mag leveren en declareren. Taken kunnen bijvoorbeeld worden uitgevoerd door masterpsychologen, master orthopedagogen of vaktherapeuten, ongeacht BIG-registratie, mits bevoegd en bekwaam.
Zorg op afstand
Een andere belangrijke wijziging gaat over zorg op afstand. In 2026 wordt expliciet gemaakt dat: “De zorg mag ook geleverd worden op afstand (telefonisch contact of contact via digitale middelen met de patiënt) zolang sprake is van direct patiëntgebonden tijd.”
Videoconsulten of telefonische sessies door de gedragswetenschapper worden hiermee formeel toegestaan om te declareren zolang het directe patiënttijd betreft.
Knelpunten in de praktijk
Tegelijkertijd blijven er knelpunten bestaan bij de manier waarop zorgverzekeraars de GZSP individueel en GZSP groep inrichten en inkopen. Zorgverzekeraars hanteren op dit moment uitgangspunten die op meerdere punten tot vragen en knelpunten leiden. Het gaat bijvoorbeeld om de mogelijkheid voor de GZ-psycholoog om als coördinerend regiebehandelaar te fungeren, dat er geen tijd voor verslaglegging of MDO’s gedeclareerd mag worden, de toepassing van de 60/40-regeling voor gedragswetenschappers en de voorwaarden die gesteld worden aan het aanleveren van zorgprogramma’s. Ook is er onduidelijkheid over de vergoeding van mediatieve behandeling in de GZSP en over de bekostiging van preventieve interventies. Het NIP is hierover in gesprek met ZN en individuele verzekeraars.
NIP komt op voor de positie van psychologen
Om de positie van psychologen in de GZSP-ouderenzorg steviger te verankeren, heeft het NIP in maart 2025 de rolbeschrijving van de psycholoog in de GZSP-ouderenzorg gepubliceerd. Deze wordt inmiddels breed benut in de praktijk en vormde ook de basis voor een constructief overleg met ZN en zorgverzekeraars waarbij concrete vervolgstappen zijn besproken.
Psycholoog (als coördinerend regiebehandelaar) binnen de GZSP
ZN verkent op dit moment twee scenario’s voor het onderscheid tussen medische eindverantwoordelijkheid en regiebehandelaarschap: één waarbij de medisch specialist eindverantwoordelijk is en één waarbij de huisarts die verantwoordelijkheid draagt en waarbij GZ-psycholoog coördinerend regiebehandelaar kan zijn. Over beide scenario’s gaat ZN met de verzekeraars in gesprek in het kader van de inkoop 2027 en medio september koppelen zij hierover terug.
Verlengde armconstructie
Ook zijn er afspraken gemaakt over de verlengde-armconstructie, waarbij wordt gewerkt aan een nadere beschrijving van de verhouding tussen BIG-geregistreerde en niet-BIG-geregistreerde gedragswetenschappers (nu wordt 60/40 verhouding aangehouden door zorgverzekeraars). Dit gaat landen in de generieke kwaliteitsbeschrijving GZSP ouderenzorg waar hieronder meer over wordt toegelicht.
Voor psychologen in opleiding (PIOG’s) wordt voorgesteld om op te nemen dat zij alleen mogen werken onder verantwoordelijkheid van een BIG-geregistreerde behandelaar. Het NIP heeft gevraagd of deze aanvulling mogelijk nog in de uitgangspunten van 2026 kan worden opgenomen, zorgverzekeraars komen hier nog op terug.
Mogelijke financiering ontwikkeling zorgprogramma’s
Tot slot is besproken dat er mogelijk via het Beter Thuis 2 programma van ZonMW zorgprogramma’s ontwikkeld kunnen worden. ZN heeft aangegeven een positief standpunt in te nemen wanneer wij vanuit het NIP aanvraag doen bij ZonMW. Wij plannen hierover een eerste verkennend gesprek met ZonMW in het najaar. Daarbij streven we ernaar dat deze zorgprogramma’s voortkomen uit de nog op te stellen generieke kwaliteitsbeschrijving.
Naar een generieke kwaliteitsbeschrijving GZSP ouderenzorg
Parallel aan deze trajecten werkt het NIP, samen met andere veldpartijen zoals ActiZ, ZN en Verenso, aan een generieke kwaliteitsbeschrijving voor de GZSP in de ouderenzorg. Deze beschrijving moet duidelijk maken wat goede GZSP-zorg inhoudt. Het doel is dat dit document eind 2025 gereed is, zodat het meegenomen kan worden in het inkoopbeleid voor 2027.
De kwaliteitsbeschrijving gaat onder andere in op de inrichting van stepped care, mono- en multidisciplinaire samenwerking, verschillende patiëntgroepen (onderscheid licht, midden, zwaar complex), de diversiteit van patiënten, de samenhang met het sociaal domein en de verlengde armconstructie voor gedragswetenschappers.
Een extern bureau wordt ingeschakeld om het proces te leiden. Wij hebben het belang aangestipt van betrokkenheid van professionals zelf in de vorm van een klankbordgroep. We houden jullie op de hoogte van dit proces en betrekken jullie zodra meer bekend is.
Meedenken? Laat het ons weten
Werk jij als psycholoog in de ouderenzorg en wil je je ervaring of een knelpunt delen? Of heb je voorbeelden van goed werkende zorgprogramma’s in de GZSP? Laat het ons weten via [ouderenpsychologie@nip.nl]. Jouw input helpt ons om de praktijk zichtbaar te maken en goed onderbouwd het gesprek te voeren met beleidsmakers en verzekeraars.