Als psycholoog moet je transparant zijn over welke testen, normen en labels je gebruikt hebt voor je rapportage. In principe kan dat ook gelden voor validiteitstesten. Echter, in bepaalde situaties kan het wenselijk zijn om hiervan af te zien en de naam van de gebruikte testen niet te noemen.
Validiteitstesten zijn namelijk een andere categorie dan reguliere testinstrumenten en hiervoor is het van groter belang dat er geen informatie over bekend is. Als de naam of de inhoud van de test bekend is, kan het gehele onderzoek aan waarde verliezen. Hierdoor valt te verantwoorden dat er andere normen gelden qua transparantie.
Advies van het NIP
Het NIP adviseert om in de rapportage aan te geven dát er validatietesten zijn uitgevoerd en welke uitkomsten deze hadden (voor de onderbouwing en de repliceerbaarheid).
Gezien de specifieke categorie van validatietesten kunnen psychologen ervoor kiezen in de rapportage niet aan te geven wélke testen zijn afgenomen en wat de scoringscriteria zijn. Essentieel blijft daarbij dat testuitslagen zonder context in feite niet zoveel betekenis hebben, en dat ‘derden’ (waaronder cliënten) testscores sowieso niet (goed) kunnen interpreteren.
Testuitslagen behoren in het licht van álle verzamelde informatie en de voorgeschiedenis van de patiënt beoordeeld en geïnterpreteerd te worden door de (neuro)psycholoog. De keuze in hoeverre er openheid gegeven wordt over de validatietest ligt, binnen de grenzen van de beroepsethiek over transparantie, bij de (neuro)psycholoog.
Psychologen moeten altijd hun handelen kunnen verantwoorden en onderbouwen waarom ze bepaalde keuzes hebben gemaakt en waarom ze wel of geen transparantie geven.