Vanaf een afstandje, Niels Farenhorst
Persoonlijkheid; wie, waarom, waartoe?
“Weet een bloem dat zij een bloem is?” vroeg mijn neefje ooit aan mijn moeder. Een voorbeeld van nieuwsgierige vragen die een besef van zelfbewustzijn illustreren. Hiermee hangt de oeroude vraag: “wie ben ik eigenlijk?” samen. De vraag kan zowel oersimpel en vanzelfsprekend worden gezien als ultiem mysterieus en onbegrijpelijk. Zij kan beladen worden als deze samengaat met een norm om “je zelf te zijn”. Sinds de 70’er jaren werd dit weer een populair thema. Zowel binnen de toenmalige groei-psychologie als de oproep van Koot en De Bie: “zoek je zelf, wees en blijf alleen je zelf”. Zelfverwezenlijking als levensdoel. Een vraag die opkomt is of je ooit helemaal je zelf kunt zijn maar ook wie je anders kunt zijn dan je zelf?
Wat is je persoonlijkheid? Voor mijzelf hanteer ik altijd de omschrijving van: een relatief stabiel patroon van denken, doen en voelen. In de stabiliteit zit een zekere constante en herkenbaarheid. Je bent je hele leven jij. Wanneer het patroon te stabiel wordt, gaat dat ten koste van de flexibiliteit en het vermogen tot aanpassing. Psychische gezondheid en welbevinden lijken iets te maken te hebben met deze balans tussen stabiliteit en flexibiliteit. Als psycholoog zijn we zeer vertrouwd met de drie-eenheid denken, doen en voelen. Voor de binnenwereld en voor het “ik” als centrum van innerlijk ervaren zijn dit denken en voelen essentieel. Voor de buitenwereld, zoals wij door anderen worden gezien, staat juist wat wij doen centraal. In wat wij doen, laten we zien wie wij zijn.
Maar we zijn niet wat we doen. Ons gedrag kan wisselen en staat niet (geheel) onder onze controle. In theorie is ons gedragsrepertoire vrijwel oneindig. In de praktijk versmalt dit sterk onder invloed van opvoeding, opvattingen, conditionering, verlangens en angsten. Het palet is eindeloos maar we schilderen vaak met dezelfde kleuren. Vraag is in hoeverre wij deze zelf doelbewust selecteren. Zo doen we regelmatig dingen die we niet willen en willen we dingen die we niet doen. Kun je dan anders doen dan je bent? Ja en nee. Je kunt je anders voordoen of iets dan wat niet bij jou past. Je kunt je zodanig aanpassen dat je jezelf kwijtraakt. Maar dat is dan nog steeds jouw eigen persoonlijke manier van je aanpassen. Je kunt niet niet jezelf zijn.
Het geactiveerde patroon van denken, doen en voelen kan het functioneren en bereiken van doelen faciliteren of juist in de weg zitten. Maar kun je veranderen? Ja en nee. Je kunt je gedrag veranderen (ook al kost dat vaak erg veel moeite) maar dan ben jij nog steeds jij. Zijn we vrij om onszelf te zijn? Ja en nee. Onderzoekers wijzen er op dat verreweg het meeste wat wij doen geautomatiseerd verloopt (zo je wilt: “onbewust” of subcorticaal). We hebben geen idee waarom we doen wat we doen. Desgevraagd construeren we een verklaring maar het is zeer de vraag of dit verhaal “waar” is. We reageren op de omgeving en passen ons voortdurend aan. Juist van deze aanpassing hangt af of wij effectief, productief, gezond en gelukkig zijn. Maar zowel ons vermogen als de bereidheid om ons aan te passen heeft grenzen. Dat is wat we zien in de revalidatie waarin aanpassen een kernbegrip is. Dan gaat het er om of onze aanpassing effectief is of niet. Belangrijke vraag kan zijn in hoeverre wij ons dat bewust zijn. Doen we maar wat? Worden wij gestuurd door de omgeving en automatismen of sturen wij onszelf? In hoeverre kennen wij ons zelf? Kennen wij onze patronen? In hoeverre zijn we ons bewust van wie wij zijn en wat wij doen? Maar dan ook weer de tegenvraag: waarom is dat belangrijk? Als we maar komen waar we willen zijn.
Lange tijd dacht men dat de mens het enige wezen was met zelfbewustzijn. Nu blijkt dat in ieder geval ook dolfijnen, bonobo’s, octopussen en kraaien een vorm van zelfbewustzijn hebben. Van bloemen weten we het niet. Maar ze zijn wie ze zijn.
Na een ingrijpende levensgebeurtenis, hersenschade of hevige stress kunnen er dermate betekenisvolle veranderingen voorkomen in het patroon van denken, doen en voelen dat we spreken van “een ander persoon”. In potentie blijft een breed repertoire aanwezig maar komt er onder invloed van omstandigheden een ander patroon naar voren komen.
Toch is dat “punt achter de ogen” of het “hart” (ziel?) nog dezelfde. Er blijft een constante ik aanwezig. Daar huist een persoon die zich wil manifesteren. Steeds met uiteindelijk maar één bestemming: bloeien.