Nieuwe uitgangspunten GZSP 2027: knelpunten voor psychologen in ouderen- en gehandicaptenzorg
Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft nieuwe uitgangspunten gepubliceerd voor de Geneeskundige Zorg voor Specifieke Patiëntgroepen (GZSP) per 2027. In deze uitgangspunten worden onder meer kaders gesteld voor het regiebehandelaarschap, taakdelegatie en de 60/40-verdeling binnen individuele GZSP, en voor de samenstelling en declaratievoorwaarden binnen groeps-GZSP.
Hoewel het om een actualisatie gaat van bestaande uitgangspunten, ziet het NIP dat deze op wezenlijke punten blijven knellen voor psychologen in de ouderen- en gehandicaptenzorg. Met name de beperking van het regiebehandelaarschap en de strikte toepassing van de 60/40-verdeling leiden in de praktijk tot onduidelijkheid, onwerkbare constructies en risico’s voor passende inzet van deskundigheid.
Wat doet het NIP?
Het NIP heeft deze knelpunten opnieuw expliciet onder de aandacht gebracht bij ZN en blijft hierover in gesprek. Daarnaast worden deze onderwerpen op verschillende overlegtafels binnen de ouderenzorg besproken. Wij zetten ons in voor heldere kaders die aansluiten bij bestaande regelgeving én bij de praktijk van psychologen in de ouderen- en gehandicaptenzorg. Op de NIP-website houden wij je op de hoogte van vervolgstappen en resultaten.
Belangrijkste knelpunten voor psychologen
Hieronder zetten wij de belangrijkste aandachtspunten voor psychologen op een rij:
- Beperking van het regiebehandelaarschap
In de uitgangspunten wordt gesteld dat de gedragswetenschapper uitsluitend regiebehandelaar kan zijn binnen een erkend zorgprogramma en dat, wanneer dit ontbreekt, onder verantwoordelijkheid van de specialist ouderengeneeskunde (SO) of arts VG moet worden gewerkt.Dit staat naar onze mening op gespannen voet met de NZa-beleidsregel GZSP, waarin het regiebehandelaarschap breder is geformuleerd, en met de KNMG-handreiking Verantwoordelijkheidsverdeling in de zorg. Bovendien is het vanuit kwaliteitsperspectief onwenselijk om de regierol van de gedragswetenschapper zo beperkt te definiëren, zeker gezien de centrale rol van gedragsproblematiek binnen de GZSP-doelgroepen.
- Inzet van PIOG en masterpsychologen en de 60/40-verdeling
De uitgangspunten stellen dat een gedragswetenschapper die een deel van de behandeling uitvoert BIG-geregistreerd moet zijn. Tegelijkertijd wordt bij taakdelegatie verwezen naar de 60/40-verdeling. Dit leidt in de praktijk tot knelpunten.Voor psychologen in opleiding tot gz-psycholoog (PIOG) geldt dat zij vergelijkbare taken uitvoeren als de gz-psycholoog en onder intensieve supervisie staan, maar nog geen BIG-registratie hebben. Bij een strikte interpretatie vallen zij onder de 40%, wat in veel praktijksituaties niet passend is en ondoelmatige constructies in de hand werkt. Ook bij de inzet van masterpsychologen, al dan niet in combinatie met vaktherapie, blijkt de 60/40-verdeling vaak niet uit te komen. Dit belemmert passende inzet van deskundigheid.
Help ons knelpunten zichtbaar maken
Ervaar je in de praktijk knelpunten naar aanleiding van deze uitgangspunten? Laat het ons weten door een mail te sturen naar ouderenpsychologie@nip.nl of zmvb@nip.nl. Jouw signalen zijn essentieel om de positie van psychologen binnen de GZSP stevig te blijven agenderen!
Meer informatie
Bekijk het volledige overzicht van uitgangspunten op de website van ZN.