Psychologen: uitspraken over psychotherapie verdienen zorgvuldige duiding
Dit artikel betreft een reactie vanuit de sectie GGZ van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) op het NRC-artikel ‘Mensen die psychotherapie krijgen, knappen er meestal niet van op’ d.d. 24 januari 2026. Deze reactie is tot stand gekomen met dank aan toonaangevende experts waar onderaan het artikel naar wordt verwezen.
De sectie Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) reageert namens de beroepsgroep op het NRC-artikel ‘Mensen die psychotherapie krijgen, knappen er meestal niet van op’ d.d. 24 januari 2026. Als beroepsvereniging achten wij het van groot belang dat publieke uitspraken over psychotherapie worden geplaatst binnen professionele, wetenschappelijke en ethische kaders.
Psychologen die bij het NIP zijn aangesloten werken volgens duidelijke professionele en ethische kaders. Psychologische zorg, waaronder psychotherapie, is gebaseerd op wetenschappelijke kennis, professionele expertise en zorgvuldige afstemming met de cliënt. Deze uitgangspunten vormen al vanaf de universitaire opleiding het fundament van het psychologisch handelen en gelden in het beroepsveld als vanzelfsprekend.
Wetenschappelijke stand van zaken
De beschikbare wetenschappelijke literatuur ondersteunt niet de conclusie dat psychotherapie doorgaans niet werkt. Integendeel: internationale meta-analyses laten zien dat gestructureerde vormen van psychotherapie effectief zijn bij veelvoorkomende psychische aandoeningen, met effectgroottes die vergelijkbaar zijn met die van psychofarmaca en met behandelingen bij somatische aandoeningen (Leucht et al., 2012).
Daarnaast is er overtuigend bewijs voor duurzame effecten op de langere termijn. Psychologische interventies blijken effectief in het voorkomen van terugval bij depressie en laten in sommige gevallen gunstiger langetermijnuitkomsten zien dan langdurig medicatiegebruik (Breedvelt et al., 2021; Breedvelt et al., 2024; Furukawa et al., 2021). Ook vanuit maatschappelijk perspectief is psychotherapie kosteneffectief, met aantoonbare opbrengsten in termen van functioneren, arbeidsparticipatie en productiviteit (Chisholm et al., 2016).
Tegelijkertijd is bescheidenheid passend. Psychotherapie is geen wondermiddel en werkt niet voor iedereen. Meta-analytisch onderzoek laat zien dat een aanzienlijk deel van de cliënten duidelijk verbetert, terwijl bij anderen aanvullende of gecombineerde behandelvormen nodig zijn (Cuijpers et al., 2024). Juist daarom zijn zorgvuldige informatievoorziening en gezamenlijke besluitvorming met de cliënt essentieel, met duidelijke afspraken over evaluatie en tijdige bijstelling van het behandelplan. Op die manier kan steeds worden toegewerkt naar passende zorg, in lijn met de uitgangspunten van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA, 2025).
Maatschappelijke en politieke context
Publieke boodschappen dat psychotherapie “meestal niet werkt” kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor cliënten en hun naasten, bijvoorbeeld door verlies van hoop, twijfel over lopende behandelingen en terughoudendheid om hulp te zoeken. Dit is extra zorgelijk in een context waarin stigma rond psychische aandoeningen nog steeds bestaat en waarin een aanzienlijke groep mensen met ernstige psychische klachten de weg naar zorg al moeilijk vindt.
Ook op maatschappelijk en politiek niveau is zorgvuldige duiding van groot belang. Een ongenuanceerd beeld van de effectiviteit van psychotherapie, verspreid via een gezaghebbend medium, kan het vertrouwen in psychologische zorg ondermijnen. Zeker in een periode waarin politieke keuzes worden gemaakt over de inrichting en financiering van de geestelijke gezondheidszorg, is het essentieel dat besluitvorming plaatsvindt op basis van actuele en wetenschappelijk onderbouwde kennis.
Het Nederlands Instituut van Psychologen is zoals altijd bereid om politiek en beleidsmakers te ondersteunen met dergelijke informatie, zodat keuzes over de toekomst van de GGZ kunnen worden gemaakt op basis van een genuanceerd en verantwoord beeld van wat psychotherapie kan betekenen voor cliënten, hun naasten en de samenleving.
Deze reactie is tot stand gekomen in samenwerking met:
- Marjolein Koementas – de Vos, voorzitter sectie GGZ
- Claudi Bockting, hoogleraar klinische psychologie in de psychiatrie AmsterdamUMC
- Pim Cuijpers, emeritus hoogleraar klinische psychologie, Vrije Universiteit Amsterdam
- Christiaan Vinkers, hoogleraar stress en veerkracht bij het Amsterdam UMC en ambassadeur van het Nationaal Plan Hoofdzaken
- Anika Bexkens, hoogleraar ontwikkelings- en onderwijspsychologie, Universiteit Leiden
- Maartje Schoorl, bijzonder hoogleraar psychologische beroepsopleidingen in de geestelijke gezondheidszorg met nadruk op evidence-based interventies, Universiteit Leiden
- Martine van Zandvoort, professor translationele neuropsychologie, UMCU Utrecht
- Marie-José van Tol, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie en voorzitter van het Nationaal Plan Hoofdzaken
- Els van der Ven, universitair hoofddocent, Vrije Universiteit Amsterdam
- Jos Egger, hoogleraar contextuele neuropsychologie, Radboud Universiteit
- Trudy Mooren, bijzonder hoogleraar gevolgen van psychotrauma voor familiefunctioneren, Universiteit Utrecht
- Brechje Dandachi-Fitzgerald, bijzonder hoogleraar psychotherapie, Open Universiteit
- Marleen Rijkeboer, hoogleraar klinische psychologie, Maastricht University
- Hanna Swaab, hoogleraar neuropedagogiek en ontwikkelingsstoornissen, Universiteit Leiden
- Paul van der Heijden, bijzonder hoogleraar multidimensionele psychodiagnostiek gedurende de levensloop, Radboud Universiteit
- Marlies Marissen, universitair hoofddocent klinische psychologie, Erasmus Universiteit Rotterdam
- Marjolein Wals, universitair hoofddocent klinische psychologie, Erasmus Universiteit Rotterdam
- Nathan Bachrach, bijzonder hoogleraar gezondheidszorgpsychologie, Tilburg University
Bronvermelding
Breedvelt, J., Warren, F. C., Segal, Z., Kuyken, W., & Bockting, C. L. H. (2021). Continuation of antidepressants vs sequential psychological interventions to prevent relapse in depression: An individual participant data meta-analysis. JAMA Psychiatry, 78(8), 868–875. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2021.0823
Breedvelt, J. J. F., Karyotaki, E., Warren, F. C., Brouwer, M. E., Jermann, F., Hollandare, F., … Bockting, C. L. H. (2024). An individual participant data meta-analysis of psychological interventions for preventing depression relapse. Nature Mental Health, 2(2), 154–163. https://doi.org/10.1038/s44220-023-00178-x
Chisholm, D., Sweeny, K., Sheehan, P., Rasmussen, B., Smit, F., Cuijpers, P., & Saxena, S. (2016). Scaling-up treatment of depression and anxiety: A global return on investment analysis. The Lancet Psychiatry, 3(5), 415–424. https://doi.org/10.1016/S2215-0366(16)30024-4
Cuijpers, P., Miguel, C., Ciharova, M., Harrer, M., Cristea, I. A., de Ponti, N., … Karyotaki, E. (2024). Absolute and relative outcomes of psychotherapies for eight mental disorders: A systematic review and meta-analysis. World Psychiatry, 23(2), 267–275. https://doi.org/10.1002/wps.21203
Furukawa, T. A., Shinohara, K., Sahker, E., Karyotaki, E., Miguel, C., Ciharova, M., … Cuijpers, P. (2021). Initial treatment choices to achieve sustained response in major depression: A systematic review and network meta-analysis. World Psychiatry, 20(3), 387–396. https://doi.org/10.1002/wps.20906
Leucht, S., Hierl, S., Kissling, W., Dold, M., & Davis, J. M. (2012). Putting the efficacy of psychiatric and general medicine medication into perspective: Review of meta-analyses. British Journal of Psychiatry, 200(2), 97–106. https://doi.org/10.1192/bjp.bp.111.096594
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (2025). Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Den Haag: Rijksoverheid. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/08/31/aanvullend-zorg-en-welzijnsakkoord-azwa