Home Beroepsethiek en -kwaliteit Tuchtrecht Uitspraken van de maand

Uitspraken van de maand

Het NIP publiceert iedere maand een uitspraak van de maand. Deze uitspraak heeft doorgaans een voorbeeldfunctie en kan dienen als leidraad voor beroepsmatig handelen in situaties die vaker voorkomen. De uitspraken zijn gerubriceerd op onderwerp. Deze uitspraken zijn bij uitstek te gebruiken in het kader van intervisie. Gebruik ze als kapstok om eigen casuïstiek te bespreken of om uw kennis van beroepsethiek op een bepaald gebied te vergroten.

Uitspraak van de maand augustus

Vereisten aan psychologische rapportage

CvT-uitspraak 26/02
In deze zaak werd geklaagd over een rapport dat door de psycholoog als deskundige na onderzoek werd opgesteld op verzoek van een rechter in een complexe echtscheidingszaak. De vraag was wat een passende omgangsregeling voor de kinderen zou kunnen zijn.

Zoals steeds, werd het gewraakte rapport door het College gelegd langs de lat van de vijf vereisten zoals die worden genoemd in artikel 98 van de Beroepscode voor psychologen NIP. Het is dus verstandig om als psycholoog deze vereisten in geval van rapportage altijd als uitgangspunt te nemen. De klacht werd overigens in zijn geheel ongegrond verklaard.

Nationale beeldbank

Alle uitspraken van de maand

Gebruik van psychedelica in therapie. Mag dat?

In deze zaak gebruikte een cliënt met medeweten van een klinisch psycholoog tot drie keer toe psilocybinehoudende truffelthee voorafgaand aan de behandeling. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) diende een klacht in tegen de beroepsbeoefenaar.

Het regionaal tuchtcollege Amsterdam oordeelde dat de klacht gegrond is omdat de beroepsnorm inhoudt dat psychedelica niet gebruikt worden binnen een reguliere GGZ-behandeling. Ook het aanbieden als coach van een retreat met psilocybine werd klachtwaardig geacht, aangezien sprake was van een zodanige verwevenheid met de BIG-geregistreerde beroepsuitoefening van de klinisch psycholoog dat dit niet los daarvan kon worden gezien.

Een voorwaardelijke schorsing van zes maanden werd opgelegd.

Een te haastige A&O-psycholoog

In deze zaak gaat het om het een A&O-psycholoog die een assessmentrapport eerder ter beschikking stelde aan de opdrachtgever dan hij had afgestemd met de onderzochte cliënt. Artikel 63 van de Beroepscode geeft hiervoor een belangrijke beroepsethische regel, namelijk dat de A&O-psycholoog stééds zorgt dat zowel de externe opdrachtgever als de cliënt over dezelfde informatie beschikken over doel, opzet en voorgenomen werkwijze binnen de professionele relatie.
De klacht werd daarom gegrond verklaard. Er werd geen maatregel opgelegd omdat de psycholoog voldoende reflectief vermogen toonde.

Relationele afstemming óók nodig bij begrenzing

Deze korte uitspraak betreft de samenwerking tussen pleegouders als klagers en de psycholoog die werkzaam is bij een zorggroep waar hun pleegkind tijdelijk verbleef. De pleegouders voelden zich met wantrouwen behandeld door de psycholoog, die hen bij het eerste contact direct een stevige mail schreef.

De psycholoog stelde zich ter zitting reflectief op door aan te voeren dat hij voortaan meer op samenwerking dan op krachtigheid zal koersen. Klagers benoemden daarop dat zij inmiddels weer gewoon met de psycholoog verder kunnen. De klacht werd daarom door het College van Toezicht ongegrond verklaard.

Lees deze uitspraak van de maand mei als een voorbeeld bij je beroepsmatig handelen.

Ouderverstoting geen gevalideerd diagnostisch begrip binnen de psychologie

In deze zaak werd de kinder- en jeugdpsycholoog onder andere door de klager verweten dat zij bij Veilig Thuis geen melding van ouderverstoting als vorm van kindermishandeling. Het College overweegt (onder V.8.) dat ouderverstoting geen gevalideerd diagnostisch begrip is binnen de psychologie. Daarom is dit verwijt niet gegrond.
Een ander klachtonderdeel blijkt wel gegrond omdat verweerster voorafgaand aan de melding niet het verplichte gesprek hierover met haar cliënte en de ouders heeft gevoerd. Daarmee heeft zij stap 3 van de meldcode niet doorlopen en wordt haar een waarschuwing opgelegd.
Lees meer over melden bij Veilig Thuis en de meldcode in de NIP-wegwijzer onder paragraaf 3.3.6.1.

Hoger beroep tegen deze uitspraak staat nog open.

Een algeheel beroepsverbod wegens grensoverschrijdend gedrag

In deze zaak gaat het om het handelen van een – ervaren – gz-psycholoog in een solo-praktijk die een cliënt behandelde met ernstige problematiek. Al snel ontstond er naast de behandelrelatie een persoonlijke en seksuele relatie. Ook waren er gezamenlijke diners met de echtgenoten, een financiële gift, het aanbieden van alcoholische drank en schending van het beroepsgeheim.
Het Tuchtcollege oordeelt dat er geen enkele sprake meer was van professionele distantie en verweerster krijgt een doorhaling, schorsing en algeheel beroepsverbod opgelegd.

Deze uitspraak laat het belang zien van het stellen van grenzen en rolvastheid in het contact tussen psycholoog en cliënt (artikelen 51, 52 en 53 van de Beroepscode 2024). De Inspectie stelde eerder ter voorkoming van dergelijk grenzeloos gedrag een folder op want zoals uit onderzoek blijkt doen zorgaanbieders en zorgverleners nog steeds té weinig aan het signaleren en voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de zorg. Doe als professional dus óók de zelfscan.

En lees nogmaals het factsheet dat hierover gaat.

De professionele verantwoordelijkheid van de psycholoog

Psychologen worden gesteund door hun Beroepscode indien een cliënt verzoekt om aanpassing van bevindingen en conclusies in rapportage. In artikel 94 van de code staat namelijk vermeld dat die op verzoek van de cliënt niet behoeven te worden gewijzigd omdat zij behoren tot de professionele verantwoordelijkheid van de psycholoog.

In dit geval vroeg de cliënt in het kader van een euthanasietraject om een verklaring inhoudende dat zij was uitbehandeld. Die bevinding wordt echter niet gedeeld door de psycholoog en zij weigerde de aan klaagster verstrekte rapportage in die zin aan te vullen.
Lees de korte uitspraak van de maand waarin de hierover ingediende klacht (dus) ongegrond werd verklaard.

Een partijdige psycholoog?

Als professional in de jeugdhulp wordt van je verwacht dat je meerzijdige betrokkenheid naar alle betrokkenen in het systeem laat zien. Het is daarom belangrijk ouders met gezag zoveel mogelijk te betrekken en te informeren. Klager meende dat dit in zijn geval onvoldoende was gebeurd en dat de psycholoog partijdig was door geen contact te adviseren tussen hem en zijn zoon die (via vervangende toestemming) bij de psycholoog in behandeling was.

Het College oordeelt dat de klacht ongegrond is. De zoon had zelf gemotiveerd aangegeven nu geen contact met vader te willen. De psycholoog mocht de belangen van de zoon, als haar cliënt, vooropstellen hoe verdrietig dit ook is voor vader.

Behandeling van de partner van cliënt; doen?

Deze uitspraak van de maand is een aanvulling op de ledenvraag van oktober 2025.
Daarin werd de vraag gesteld of je als psycholoog een partner, familielid of bekende van een cliënt in behandeling kan nemen.
Tot welke problemen dit kan leiden, lees je in bijgaande korte uitspraak waarin de klacht gegrond werd verklaard.
Het handelen van verweerder werd door het College getoetst aan artikel 50 van de Beroepscode; “vermijden van vermengen van professionele rollen”.
In de ledenvraag is sprake van artikel 49 van de code; “niet aanvaarden van onverenigbare opdrachten”.
In de praktijk zal dit op hetzelfde neerkomen. Onverenigbare opdrachten zullen immers vaker voortkomen uit de vermenging van professionele rollen!

Plots beëindigen behandelrelatie is een klachtgevoelig moment

In deze uitspraak uit het wettelijk tuchtrecht werd door het tuchtcollege geoordeeld dat de door de gz-psycholoog genoemde gewichtige reden onvoldoende was voor haar eenzijdige opzegging van de behandelingsovereenkomst. Die reden hield in dat cliënt boos werd, wegliep en zei dat hij ermee stopte. De gz-psycholoog heeft vervolgens ter plekke, zonder overleg en zonder voldoende toelichting de behandelovereenkomst beëindigd zonder een redelijke termijn in acht te nemen waardoor cliënt(en) verrast waren door haar besluit. Ook had zij de in de wegwijzer genoemde zorgvuldigheidseisen die hiervoor gelden niet in acht genomen.

De klacht werd gegrond verklaard en een berisping werd opgelegd omdat sprake was van ernstige misslagen bij een kwetsbaar gezin.
Lees artikel 38 van de Beroepscode en de teksten uit de Wegwijzer op dit vlak voor juist beroepsmatig handelen.

De beroepscode en dus niet het hart is leidend

In deze zaak legde een psycholoog in een openbare ruimte waar hij familie van zijn cliënt trof, contact met een oom van zijn cliënt. Op basis van een ingeving meende de psycholoog dat dit de familieverhoudingen ten goede zou komen.
Hij had hiervoor vooraf geen gerichte toestemming aan zijn cliënt gevraagd waardoor hij zijn geheimhoudingsplicht jegens de cliënt schond (artikel 70 Bc). Daarnaast respecteerde de psycholoog hiermee niet de autonomie van de oom (artikel 58 Bc).
Omdat de psycholoog vasthield aan zijn onjuiste beroepsmatig handelen werd aan hem een berisping opgelegd.

Tegen de uitspraak werd geen hoger beroep ingesteld.

Een anoniem assessmentrapport

Als flexibel werkend A&O-psycholoog is het van groot belang je goed te informeren over de bedoeling van de opdracht en te reflecteren op de voorgeschreven procedure, het format en de mogelijke hiaten daarin. Dit blijkt uit de uitspraak van de maand juli waarin werd geoordeeld dat het niet zorgvuldig is om anoniem een zeer beknopt assessmentrapport uit te brengen. Voor de kandidaat volgt hieruit onvoldoende duidelijk door wie en waarom aan hem een negatief stabiliteitsadvies werd gegeven.
De klacht werd daarom gegrond verklaard en een waarschuwing werd opgelegd.

De artikelen 10, 15, 30, 38 en 98 van de Beroepscode 2015 speelden een rol.

Wie is waarvoor verantwoordelijk?

In deze zaak was sprake van verschil in inzicht wat betreft de behandeling tussen de regiebehandelaar en de aangeklaagde uitvoerend behandelaar. Wie heeft dan de verantwoordelijkheid voor de communicatie met de cliënt? Onder verwijzing naar https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI_NL_TGZCTG_2021_36  oordeelt het College van Toezicht dat dit de regiebehandelaar is. De uitvoerend behandelaar blijft echter wel verantwoordelijk voor het eigen aandeel in de behandeling. Lees de voor de uitvoerend behandelaar goede afloop in deze korte uitspraak van de maand juni 2025.

Wanneer mag je het beroepsgeheim doorbreken?

In deze zaak werd de gz-psycholoog werkzaam als regiebehandelaar op drie momenten schending van het beroepsgeheim verweten. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en legt een waarschuwing op. Wat kunnen gz-psychologen hieruit leren?

  1. Voor het delen van informatie met de (praktijk ondersteuner) huisarts is gerichte toestemming nodig (artikel 1.12 Beroepscode);
  2. In geval van een klacht mogen zorgverleners zich verdedigen met alléén de relevante informatie uit het dossier (artikel 35 Beroepscode);
  3. Bij informatieverstrekking aan andere rechtstreeks betrokken hulpverleners moet deze informatie noodzakelijk zijn voor de werkzaamheden van die andere beroepsbeoefenaren (artikel 20, 82 Beroepscode).

Voor meer informatie over het beroepsgeheim zie hoofdstuk 3 van de NIP wegwijzer wet- en regelgeving voor psychologen in de gezondheidszorg.

Een cliënt als klusjesman

In deze zaak werd een schorsing van drie maanden opgelegd aan een gz-psycholoog die een persoonlijke relatie met haar voormalig cliënt was aangegaan en hem – als eigenaar/bestuurder van de zorginstelling waar zij werkzaam was – als klusjesman inhuurde.

Daarnaast werd de omgang van de psycholoog met het dossier en de opstelling door haar van een (urgentie)verklaring ter verkrijging van woonruimte voor haar cliënt onzorgvuldig geacht.

In hoger beroep werd ten slotte het klachtonderdeel gegrond verklaard waarin verweerster werd verweten haar medebestuurder onder druk te hebben gezet de meldingen aan de IGJ in te trekken.

Het belang van vervanging of back-up bij plotse afwezigheid

In deze zaak liet de psycholoog in het contact met een cliënte voor de tweede keer een periode niets meer van zich horen vanwege persoonlijke omstandigheden.

Cliënte nam hier geen genoegen mee en diende een klacht in.

Het College van Toezicht overweegt dat verweerster in alle door haar gebruikte communicatiekanalen zoals Whatsapp, e-mail en (beeld)bellen de benodigde zorgvuldigheid jegens cliënten in acht dient te nemen, óók in moeilijkere persoonlijke omstandigheden. Bij een zelfstandig gevestigd psycholoog is zorgvuldigheid in de communicatie over afwezigheid extra van belang.

De klacht werd gegrond verklaard en een waarschuwing werd opgelegd.

Helderheid bij assessment voor een pittige functie

Na uitvoering van een selectie-assessment door een ervaren A&O-psycholoog is verwarring ontstaan over de inhoud van een cruciale competentie en de zwaarte van de functie.
Het College van Toezicht overweegt dat artikel 63 van de Beroepscode voorschrijft dat vóór de aanvang van de professionele relatie de psycholoog zich er steeds van vergewist dat zowel de externe opdrachtgever als de cliënt over dezelfde informatie beschikken met betrekking tot opzet, doel en werkwijze. Daarom werd de klacht gegrond verklaard en een waarschuwing opgelegd. Er kan nog beroep worden ingesteld tegen deze beslissing.

Een verschil in beleving?

In deze zaak bleek achteraf dat een jonge cliënte (klaagster) de psycholoog in de intakefase onvolledig informeerde. Cliënte bagatelliseerde namelijk haar klachten omdat zij graag in behandeling wilde komen. Vervolgens kregen cliënte en de psycholoog discussies over haar (party)drugsgebruik en over hoe snel een vervolgafspraak tot stand kon komen. Cliënte beëindigde hierop de behandelingsovereenkomst en diende een klacht in over de houding van de psycholoog in de gesprekken. Hoewel de psycholoog de discussie over drugsgebruik meer had moeten begrenzen, leverde dit niet een tuchtrechtelijk relevant verwijt op. De klacht werd ongegrond verklaard.

De reikwijdte van het beroepsgeheim tussen partners in een gezamenlijke praktijk

Mag je elkaar over en weer volledig informeren onder het motto wat binnen de praktijk gebeurt, blijft in de praktijk?

Verweerder en verweerster, beiden psychotherapeut en klinisch psycholoog, zijn gehuwd en hebben samen een psychotherapiepraktijk. Klager heeft een klacht tegen hen beiden ingediend onder meer bestaande uit schending van de geheimhoudingsplicht. Verweerster werkte samen met de echtgenote van klager in een ggz-instelling. Daarnaast nam verweerster deel aan intervisie over klager en ondersteunde verweerder in de praktijk.
Het echtpaar voert aan dat zij over en weer volledig geïnformeerd mochten worden en dat het beroepsgeheim alleen jegens derden buiten de praktijk geldt.
Het RTG oordeelt dat het echtpaar structureel een zorgwekkend gebrek heeft aan inzicht in de reikwijdte van het beroepsgeheim dat zij over en weer jegens elkaar hebben en daarmee voor het belang van de privacy van cliënten en andere betrokkenen.

Klacht gegrond, verweerder krijgt een voorwaardelijke schorsing van drie maanden opgelegd en verweerster een berisping.

Een niet anoniem advies aan een derde

In deze zaak gaf een gz-psycholoog een niet anoniem beroepsmatig advies over de kinderen van klager aan Jeugdbescherming (een derde). Zij realiseerde zich niet dat een dergelijk advies daarmee een vorm van rapportage is. Er is namelijk sprake van tot één of meer personen herleidbare bevindingen die mondeling of schriftelijk zijn uitgebracht (artikel I.17 Beroepscode 2024). Nu sprake is van rapportage gelden daarmee de vereisten die in hoofdstuk 3.3.e van de Beroepscode hieraan worden gesteld zoals bijvoorbeeld toestemming van cliënt (artikel 90 Beroepscode 2024) en inzage vooraf (artikel 92 Beroepscode 2024). De klacht werd gegrond verklaard. Omdat de psycholoog specifiek aangaf wat zij van de klacht had geleerd en hoe zij daarom haar werkwijze structureel had gewijzigd, werd door het regionaal tuchtcollege qua maatregel volstaan met een waarschuwing.

Mag je als behandelend psycholoog een verklaring afleggen ten bate van je cliënt?

In deze zaak legde een klinisch psycholoog twee verklaringen af over haar cliënte die zich na een echtscheiding oriënteerde op de arbeidsmarkt.

De ex-partner diende een klacht in tegen de psycholoog stellende dat met de verklaringen die werden ingebracht in een juridisch geschil tussen cliënte en de ex-partner een oordeel werd gegeven over het arbeidsvermogen van cliënte, waarmee de psycholoog zich buiten haar deskundigheidsgebied had begeven.

Waarom het College van Toezicht de klacht gegrond verklaarde maar toch geen maatregel oplegde, lees je in de uitspraak van de maand september.

Lees hier de door het NIP opgestelde pdf over verklaringen door behandelend psychologen.
Lees ook artikel 51 van de Beroepscode NIP (2024).

Hoe meld ik zorgvuldig als gz-psycholoog bij Veilig Thuis?

In deze tuchtzaak speelt een melding van een vermoeden van kindermishandeling bij Veilig Thuis door de aangeklaagde psycholoog.

Voor deze situatie bestaat de op artsen en andere beroepsgroepen (waaronder dus psychologen) toepasselijke KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Door het stappenplan uit die code en het afwegingskader te volgen kom je tot juist beroepsmatig handelen! In de Wegwijzer voor gz-psychologen van het NIP staat in hoofdstuk 3.3.6.1. nadere uitleg waar je als psycholoog in een dergelijke klachtgevoelige situatie op let.

Hoe het afliep lees je in de uitspraak van de maand augustus.

(A2023/6625)

Twee leerpunten bij pro justitia-rapportage

In deze zaak wordt pro justitia-rapportage door het Regionaal Tuchtcollege (marginaal) beoordeeld die in hoger beroep werd uitgebracht in een strafzaak met veel publiciteit. De beklaagde gz-psycholoog/NRGD-rapporteur krijgt (evenals de beklaagde psychiater) een berisping opgelegd omdat de rapportage niet voldoet aan alle zorgvuldigheidseisen in deze – ook volgens het tuchtcollege – complexe zaak.

Wat kunnen psychologen werkzaam in het forensische veld van deze uitspraak leren?

Allereerst dat het raadzaam is het door het NIFP aanbevolen format voor dergelijke rapportage te volgen. Dit leidt volgens het tuchtcollege namelijk tot een objectieve en logische opbouw van het rapport (zie onder punt 5.19 en punt 5.37).

Daarnaast staat het volgens het tuchtcollege ter vrije beoordeling van de gz-psycholoog of nadere informatie noodzakelijk is voor een deugdelijke beoordeling van de vraagstelling en daarom in het kader van het onderzoek alsnog moet worden opgevraagd (zie onder punt 5.35).

Het is dus niet nodig steeds over álle stukken te beschikken bij het opstellen van (forensische) rapportage.

(H2023/5723)

Lees hier de uitspraak van de maand juni 2024

Communicatie via e-mail met cliënten

In deze zaak is een complexe gezinssituatie besproken waarbij een ouder is blijven mailen over de inhoud van de behandeling van haar minderjarige kind en daarin allerlei (ook haar onwelgevallige) zaken aan de orde heeft gesteld.

Lees in deze uitspraak van de maand onder nummer V.7. dat het in het algemeen verstandig is om als beroepsbeoefenaar communicatie via e-mail met je cliënten tot een minimum te beperken door via mail niet (of zo min mogelijk) inhoudelijk van gedachten te wisselen over de behandeling. Artikel 72 van de Beroepscode 2015 beveelt daartoe aan in een vroeg stadium met je cliënt duidelijke afspraken te maken via welke wijze(n) je (niet) met hem communiceert vanwege de vereiste vertrouwelijkheid.

Oók in de NIP Wegwijzer wet- en regelgeving voor psychologen in de gezondheidszorg staat over digitale communicatie nuttige informatie vermeld in hoofdstuk 5.2, pag. 111 e.v..

Lees hier de uitspraak van de maand mei 2024

Toestemming vragen bij informatieverzoek van Veilig Thuis

Bij de afweging informatie te verstrekken aan Veilig Thuis en daarmee mogelijk je beroepsgeheim te doorbreken (op grond van het meldrecht genoemd in artikel 5.2.6 Wmo 2015) horen zorgvuldigheideisen opgenomen in de meldcode. Eén daarvan is de inspanning om toestemming hiervoor te vragen aan je cliënt en te laten weten welke informatie je van plan bent te verstrekken. Er is immers sprake van een vertrouwensrelatie. In deze zaak kreeg een psychiater een waarschuwing omdat hij hieraan niet had voldaan. Omdat het beoordelingskader voor psychologen en artsen op dit vlak hetzelfde is en deze problematiek ook onder psychologen vaker voorkomt, werd deze uitspraak daarmee uitspraak van de maand.

In de NIP Wegwijzer wet- en regelgeving voor psychologen in de gezondheidszorg is over deze situatie duidelijke informatie te vinden in hoofdstuk 3.3.6.1, pag. 72 e.v.

Lees hier de uitspraak van de maand april 2024.

Behandelrelatie

In deze zaak ging de gz-psycholoog direct na de (zoals het college overweegt) – naar zijn aard ongelijkwaardige – behandelrelatie een persoonlijke relatie aan met cliënt. Zij wisselden honderden Whatsapp-berichten per avond uit waarin indringende gevoelens werden geanalyseerd en waarbij de psycholoog zich ook bemoeide met elders lopende behandeling.

Daarnaast concludeert het college dat de psycholoog haar beroepsgeheim heeft geschonden. De psycholoog beriep zich erop dat zij cliënt wilde helpen.

Het regionaal tuchtcollege spreekt van een bekende valkuil waardoor het van belang is de Beroepscode. in acht te nemen die juist óók is geschreven ter bescherming van gz-psychologen.

Verzekeren van behandelingen

In deze zaak klaagde de klaagster erover dat haar achteraf is gebleken dat haar behandeling niet werd vergoed door de zorgverzekeraar.

De psycholoog verweerde zich met het argument dat aan klaagster vooraf tot twee keer toe was medegedeeld dat klaagster zélf diende na te gaan of een behandeling bij verweerster door haar zorgverzekeraar werd vergoed.

Welke informatie je als psycholoog moet geven bij het aangaan en voortzetten van de behandeling, lees je in Artikel 63 van de  Beroepscode.

Lees hier de uitspraak van de maand februari 2024 (23/15).

Integriteit bij psychologisch onderzoek

In deze zaak verweet de cliënt de psycholoog dat hij een assessmentrapport heeft geschreven op basis van tegenstrijdige bevindingen en gebruik heeft gemaakt van niet integere medewerkers bij de uitvoering van het onderzoek. De cliënt had een ander oordeel verwacht en vindt dat sprake was van
vooringenomenheid.

Hoe je als psycholoog met meer integriteit kunt handelen in een dergelijke situatie, lees je in de uitspraak van de maand januari 2024 (23/07).

Een rommelig assessment

In deze zaak begon de A&O-psycholoog te laat met het digitale assessment en deed er een huisgenoot van de psycholoog een deur open tijdens het afnemen van het assessment. Nadat de cliënt te horen had gekregen dat er wat betreft haar kandidatuur negatief zou worden geadviseerd, meldde deze bovendien aan de psycholoog dat zij griep had en daardoor tijdens het assessment niet goed had kunnen scoren.

Hoe zorgvuldig(er) te handelen in dergelijke omstandigheden die overigens deels werden veroorzaakt door de psycholoog zelf, lees je in de uitspraak van de maand november 2022 (21/15).

Informatie aan de jeugdvoogd/jeugdbeschermer

Wat doe je als je een ouder in behandeling hebt en de gezinsvoogd/jeugdbeschermer belt je plotseling op en vraagt om informatie?

Het is dan verstandig niet direct antwoord te geven. Vraag of je de vragen even toegemaild kan krijgen omdat je een en ander wil opzoeken in het dossier. Op die manier koop je tijd en kan je je cliënt informeren welke informatie je precies wilt gaan delen, gezien je informatieplicht die volgt uit de Beroepscode. Openheid naar de ouders blijft ook hierbij immers de hoofdregel.

Lees voor een geval waarin dit speelde de uitspraak van de maand maart 2022. Toepasselijke artikelen 74, 75 en 76 van de Beroepscode.

Lees hier de uitspraak van de maand maart (2022).
(21/05)

WKKGZ: klachtenfunctionaris verplicht

Uit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (WKKGZ) vloeit alweer sinds 1 januari 2017 voort dat zorgaanbieders verplicht zijn over een klachtenreglement, klachtenfunctionaris en geschillencommissie te beschikken. Onder het begrip zorgaanbieder in de wet vallen niet alleen instellingen maar óók kleinere samenwerkingsverbanden en beroepsbeoefenaren in een solo-praktijk.

Uit het spreekuur beroepsethiek en uit bij het College van Toezicht ingediende klachten blijkt echter dat nog lang niet alle vrijgevestigde NIP-leden hieraan voldoen. Mocht dit bij jou het geval zijn, sluit je dan dus zo spoedig mogelijk aan bij de uniforme klachten- en geschillenregeling van P3NL. Voor maar 25 euro per jaar (in 2021) voldoe je al aan deze wettelijke verplichting.

Let op: per 1 januari 2025 is het NIP geen lid meer van P3NL.

Lees hier de uitspraak van de maand
(20/22)

Te plotselinge beëindiging van (relatie)therapie

In deze zaak beëindigde de psycholoog de relatietherapie plotseling zonder daarvoor een afdoende reden te geven. Daarna mailde zij de cliënt dat zij de samenwerking beëindigde omdat “de therapie niet wordt bepaald door de cliënt”. Het College is van oordeel dat de psycholoog beroepsmatig over onvoldoende methoden beschikt om met afwijzing en weerstand in de therapie om te gaan (zie artikel 101 van de Beroepscode). Daarnaast heeft zij de continuïteit van de professionele relatie niet geborgd door na te laten klaagster te verwijzen naar een vakgenoot (zie artikel 19 van de Beroepscode).

Klacht gedeeltelijk gegrond. De psycholoog ontving een waarschuwing.

Lees hier de uitspraak van de maand april (2023)
(22/17)

Gebruik van doeltreffende en doelmatige methoden

Hoe voer ik als psycholoog verweer tegen een klacht?

Informatie en het cliëntsysteem