Home Nieuwskamer De toekomst van mentale gezondheid en ggz vraagt om inzet van psychologische expertise

Geschreven op:

De toekomst van mentale gezondheid en ggz vraagt om inzet van psychologische expertise

Het NIP onderschrijft de brede koers die het kabinet in de Toekomstbrief mentale gezondheid en ggz kiest: mentale gezondheid is niet alleen een vraagstuk van de zorg, maar raakt ook onderwijs, werk, gezin, leefomgeving en de digitale wereld. Juist daarom is de inzet van psychologen, naast andere beroepsgroepen, onmisbaar. Hun kennis van gedrag, ontwikkeling, preventie, mentale veerkracht en herstel is essentieel om de brede oplossingsrichtingen uit het IBO Mentale gezondheid en ggz: Uit balans om te zetten in concrete en duurzame resultaten. Tegelijkertijd vraagt het NIP aandacht voor de randvoorwaarden die nodig zijn om deze maatschappelijke opgave daadwerkelijk te laten slagen.

Het NIP zet zich al langer in om psychologische expertise duurzaam te verankeren in beleid, wet- en regelgeving en zet deze inzet de komende jaren voort. De maatschappelijke uitdagingen rondom mentale gezondheid vragen, zoals ook het kabinet stelt, om een brede en integrale aanpak. Daarbij staan het versterken van mentale veerkracht en welzijn, het voorkomen van mentale problemen en het bieden van tijdige en passende ondersteuning centraal. De kabinetsreactie benoemt terecht knelpunten, zoals het ontbreken van een structurele preventieaanpak, de groeiende kloof tussen vraag en aanbod en systeemprikkels die de beschikbaarheid van zorg voor kwetsbare groepen onder druk zetten. Tegelijkertijd blijven concrete maatregelen en structurele investeringen achter.

Duurzame verbetering vraagt om structurele investeringen

Het NIP is van mening dat duurzame verbetering valt of staat met structurele investeringen in het opleiden van psychologen en het inzetten van hun expertise op de plekken waar zij het verschil kunnen maken: voor mensen met psychische klachten, hun naasten en de professionals die zich dagelijks inzetten voor mentale gezondheid.

Drie pijlers

Hoe dit in de praktijk vorm kan krijgen, lichten wij hieronder toe aan de hand van de drie pijlers die ook in de kabinetsreactie centraal staan: het versterken van mentale veerkracht en welzijn, het voorkomen van mentale problemen en het bieden van tijdige en passende ondersteuning of zorg wanneer problemen ontstaan.

1. Het versterken van mentale veerkracht en welzijn

Veel kinderen en (jong)volwassenen ervaren dagelijks druk om te presteren op school, online, tijdens hun studie en op het werk. Om hun mentale gezondheid te versterken, is het niet alleen nodig om individuen weerbaarder te maken, maar ook om een omgeving te creëren die een gezonde ontwikkeling ondersteunt. Hierbij speelt amplitie een belangrijke rol: het versterken van welzijn, veerkracht, optimisme en psychologisch kapitaal. Door amplitie structureel te verankeren in onderwijs en jeugdbeleid leggen we een stevig fundament voor mentale veerkracht. Tegelijkertijd moeten we mentale gezondheid, net als fysieke gezondheid, breed en structureel benaderen. Psychische problemen ontstaan niet alleen vanuit het individu, maar worden ook beïnvloed door factoren als relaties, onderwijs, bestaanszekerheid en de leefomgeving. Het blijkt ook dat met name binnen de complexe groep met Ernstige Psychische Aandoeningen (EPA) dit risicofactoren zijn. Dat vraagt om beleid dat verder kijkt dan symptoombestrijding en ruimte maakt voor psychologische expertise die gericht is op begrijpen, verbinden en het aanpakken van onderliggende oorzaken.

Wij vragen het kabinet om een integrale aanpak voor mentale gezondheid te ontwikkelen die verder gaat dan preventie alleen en zich richt op het versterken van welzijn. Pak de onderliggende oorzaken van mentale problemen aan en veranker mentale gezondheid structureel in beleid voor onderwijs, werk, bestaanszekerheid, leefomgeving en zorg. Investeer in beschermende factoren zoals sport, cultuur en natuur en benut daarbij psychologische expertise als onmisbare basis. Psychologen vervullen hierin een essentiële rol bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van effectief beleid dat mentale gezondheid duurzaam versterkt.

2. Het voorkomen van mentale problemen en het bieden van tijdige en passende ondersteuning

Onderwijs als fundament voor mentale gezondheid

Het kabinet benadrukt in de reactie het belang van een veilige leeromgeving waarin leerlingen en studenten zich gezien, gehoord en ondersteund voelen. Dat uitgangspunt verdient brede steun. Tegelijkertijd vraagt de praktijk om meer dan goede intenties alleen. Duurzame inzet van school- en studentpsychologen binnen het gehele onderwijssysteem is hierbij nodig. Zij kunnen vroegtijdig signaleren wanneer leerlingen vastlopen en laagdrempelige ondersteuning bieden. Maar ook kunnen zij schoolteams en –besturen adviseren over duurzaam beleid dat de mentale gezondheid van leerlingen en studenten versterkt. Veel scholen hebben de afgelopen jaren extra expertise kunnen inzetten dankzij tijdelijke middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs. Nu deze middelen verdwijnen, dreigt ook een deel van die ondersteuning weg te vallen. Wij roepen het kabinet op om dit te ondersteunen met passend beleid en structurele financiering, zodat deze aanpak duurzaam kan worden geborgd.

Gezinnen eerder en beter ondersteunen

De kabinetsreactie legt terecht de nadruk op gezinsgericht werken. Psychische problemen raken immers zelden alleen één persoon; problemen van ouders hebben invloed op kinderen en omgekeerd. Vooral kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen (KOPP/KOV), ouders met langdurige schulden, opvoedingsproblemen of situaties van (kinder)mishandeling lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van mentale klachten. Juist daarom is het van belang om problemen vroegtijdig te signaleren en ondersteuning te bieden aan het hele gezin, zodat problemen niet van generatie op generatie worden doorgegeven.

Wanneer ondersteuning bovendien meer in de leefomgeving van kinderen en jongeren wordt georganiseerd, is voldoende psychologische expertise essentieel om onderscheid te maken tussen normale ontwikkelingsvragen, problemen die samenhangen met de context en psychische problematiek waarvoor inzet van specialistische zorg noodzakelijk is. Alleen zo kan tijdig passende hulp worden geboden en kan worden voorkomen dat problemen verergeren en uiteindelijk leiden tot zwaardere zorgvragen.

Om gezinnen effectief te ondersteunen is het van belang deze psychologische expertise vroegtijdig beschikbaar te hebben. Postmaster opgeleide kinder en jeugd en schoolpsychologen beschikken over essentiële kennis van ontwikkeling, opvoeding en gezinsdynamiek. Gezinsgericht werken vraagt daarom niet alleen om samenwerking tussen verschillende domeinen, maar ook om een structurele positie voor psychologische expertise binnen die samenwerking op gemeentelijk niveau door middel van de inzet van lokale teams .

Samenwerken aan preventie op de werkvloer

Werk kan een belangrijke bron zijn van gezondheid, zingeving en maatschappelijke participatie. Tegelijkertijd neemt het aantal mensen dat uitvalt met psychische klachten toe. Dat blijkt onder meer uit de hoge instroom in de WIA vanwege psychische problematiek.

Een effectieve aanpak kan inderdaad deels gezocht worden in betere samenwerking tussen werkgevers, arbodiensten en de ggz. Meer preventief kan juist de expertise van bedrijfspsychologen een belangrijke bijdrage leveren aan het versterken van mentale gezondheid op de werkvloer, het terugdringen van werkgerelateerde stress en het voorkomen van langdurige uitval. Veel werkgevers ontbreekt het aan toegang tot goede, onderbouwde kennis en hulpbronnen om preventief te werken aan mentale gezondheid in de organisatie als geheel. Bedrijfspsychologen kunnen –in samenwerking met de bedrijfsartsen- werkgevers hierin adviseren en ondersteunen. Bijzondere aandacht is nodig voor (jonge) vrouwen op de arbeidsmarkt. Juist in de eerste jaren van hun loopbaan kunnen hoge werkdruk, prestatiedruk en onzekerheid leiden tot overspannings- en burn-outklachten. Door psychologische ondersteuning beter toegankelijk te maken en het preventief versterken van mentale gezondheid in organisaties steviger te verankeren in het arbeidsomstandighedenbeleid, kan veel persoonlijke en maatschappelijke schade worden voorkomen.

Het NIP beveelt het kabinet aan om psychologische expertise nadrukkelijk te betrekken bij de hervorming van de WIA en daarbij de rol van de bedrijfspsycholoog structureel te verankeren. Bedrijfspsychologen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van uitval, het bevorderen van duurzame inzetbaarheid en het ondersteunen van mensen bij behoud van werk of een succesvolle terugkeer naar arbeid.

3. Tijdige en passende ondersteuning of zorg wanneer problemen ontstaan.

Passende inzet van professionals

Door het inzetten van goed opgeleide psychologen aan de voorkant kunnen problemen eerder worden gesignaleerd, kunnen mensen sneller naar passende ondersteuning en/of zorg en kunnen we voorkomen dat mensen onnodig in de specialistische ggz terechtkomen. Hierbij wordt de expertise van psychologen op het gebied van diagnostiek, triage en professionele oordeelsvorming optimaal benut. De Toekomstbrief zet daarnaast sterk in op taakdifferentiatie en een andere (skillsgerichte) inzet van professionals. Daarbij is het wel van belang dat verantwoordelijkheden, deskundigheden en bekwaamheden helder blijven en dat kwaliteitsverlies door ongewenste substitutie wordt voorkomen.

Normering alleen vormt niet het antwoord

De inzet is om schaarse capaciteit beter beschikbaar te maken voor mensen met ernstige psychische problematiek en complexe hulpvragen. Wij vragen aandacht voor het feit dat mentale gezondheid zich beweegt over een continuüm. Tussen lichte ondersteuningsvragen en hoog complexe zorg bevindt zich een brede groep mensen die psychologische behandeling en/of professionele begeleiding nodig heeft. Het principe van het beperken van behandelduur kan juist bij deze doelgroep een tegengesteld effect hebben: cliënten met een relatief laagcomplexe zorgvraag krijgen onvoldoende passende behandeling, waardoor problemen kunnen verergeren en uiteindelijk leiden tot zwaardere en complexere zorgvragen. Dit is een klassiek voorbeeld van het principe ‘penny wise, pound foolish’. Tegelijkertijd zien wij kansen om schaarse capaciteit doelmatiger in te zetten, in de acute keten, door optimaal gebruik te maken van de expertise van goed gekwalificeerde psychologen, waaronder gz-psychologen, klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen. Deze professionals leveren nu al een belangrijke bijdrage binnen de acute ggz, crisisdiensten en avond-, nacht- en weekendzorg. Hun inzet onderstreept het vakmanschap (juiste opleiding en competenties) van de beroepsgroep en maakt het mogelijk om verantwoordelijkheden binnen multidisciplinaire teams passend te verdelen. Het NIP onderschrijft deze ontwikkeling, omdat zij bijdraagt aan toegankelijke, kwalitatief goede en toekomstbestendige zorg.

Het NIP plaatst kanttekeningen bij maatregelen die uitgaan van vaste grenzen voor behandelduur of het aantal behandelingen. Hoewel dergelijke normen kunnen bijdragen aan doelmatigheid, is psychische problematiek te divers om in generieke kaders te vatten. De effectiviteit van behandeling hangt af van de aard, ernst en context van de problematiek. Richtlijnen kunnen ondersteunend zijn, maar mogen de professionele afweging en het maatwerk van de behandelaar niet vervangen.

Professionele normen moeten vanuit kwaliteit worden ontwikkeld

Wij onderschrijven het belang van professionele standaarden en kwaliteitsnormen. Dergelijke normen dragen bij aan kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van zorg wanneer zij worden ontwikkeld vanuit wetenschappelijke inzichten, professionele expertise en gezamenlijke besluitvorming met patiënten. Maatwerk en ruimte voor innovatie zijn hierbij van groot belang, geef in hierin professionals de ruimte en het vertrouwen om hier de goede dingen in te blijven doen.

Wij zien echter risico’s wanneer normering vooral wordt ingezet als instrument om schaarste of financiële kaders te beheersen. Professionele normen mogen niet worden afgeleid van beschikbare capaciteit, maar moeten beschrijven welke expertise nodig is om goede zorg te leveren. Wanneer schaarste een belemmering vormt, vraagt dat om investeringen en beleidskeuzes die de kwaliteit van zorg ondersteunen, niet om het aanpassen van de kwaliteitsnorm zelf. Zie ook hier meer uitgebreid de reactie van het Kwintet.

Gelijk speelveld nodig

Misschien wel het meest kritisch kijken wij naar de maatregelen die de sturing verder verleggen naar zorgverzekeraars, zoals het afschaffen van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg en het versterken van contracteringsinstrumenten. Hoewel deze maatregelen mogelijk bijdragen aan een beter stuurbaar zorglandschap, is het van belang dat keuzevrijheid, continuïteit van zorg en professionele autonomie voldoende geborgd blijven. Sturing op toegankelijkheid mag niet ten koste gaan van keuzevrijheid of de mogelijkheid om maatwerk te leveren.

Gezamenlijke reactie ggz kwintet

Samen met de partners uit het ggz kwintet heeft het NIP ook een reactie gestuurd op de Toekomstbrief mentale gezondheid en ggz hierin wordt o.a. aandacht gevraagd voor de arbeidsmarkt binnen de ggz zie Het kabinet is aan zet: maak keuzes voor mentale gezondheid en zorg dat de complexe ggz beschikbaar blijft.

Tot slot

De kabinetsreactie laat zien dat een duurzame verbetering van de mentale gezondheid van Nederland alleen mogelijk is wanneer preventie, participatie en mentale veerkracht een veel prominentere plaats krijgen in beleid. De uitvoering daarvan vraagt om meer dan extra zorgcapaciteit alleen. Zij vraagt om structurele inzet van psychologische expertise binnen gezinnen, scholen, werkorganisaties, wijken en de digitale leefomgeving.

Daar ligt volgens het NIP de sleutel tot succes. Door psychologische kennis duurzaam te verankeren in beleid, wet- en regelgeving kunnen maatschappelijke problemen eerder worden aangepakt, kunnen mentale klachten worden voorkomen en krijgen mensen sneller de ondersteuning die zij nodig hebben. Zo wordt mentale gezondheid niet alleen een onderwerp van zorgbeleid, maar een gezamenlijke maatschappelijke opgave.