Uitspraken 2026 – College van Toezicht
De geanonimiseerde uitspraken gedaan door het College van Toezicht in het jaar 2026.
Klaagster (moeder van 3 kinderen) verwijt de psycholoog die in opdracht van de rechter een deskundigenrapport heeft opgesteld over een zorgregeling onder meer dat de psycholoog daarin ten onrechte heeft aangenomen dat klaagster lijdt aan jeugdtrauma, dat de psycholoog op partijdige wijze onjuiste feiten heeft verzameld en daarmee een onjuiste conclusie (contactherstel met vader) heeft getrokken.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College van Toezicht oordeelt dat niet is gebleken dat de psycholoog onbewezen diagnostische aannames over klaagster heeft gehanteerd zoals dat zij zou lijden aan jeugdtrauma, evenmin heeft zij partijdige bronweging toegepast. Dat de in de rapportage opgenomen conclusie anders is dan klaagster had gewild, maakt niet dat deze onjuist is.
Klacht ongegrond.
Uitspraak CvT: 15 juli 2026
Klager verwijt de A&O-psycholoog dat zij zich tijdens een driegesprek met zijn werkgever boos naar hem heeft opgesteld omdat hij zei dat hij niet wist waarom hij daar zat en dit gesprek onprofessioneel heeft geleid.
Daarnaast heeft de psycholoog een datalek veroorzaakt door een privémailadres te gebruiken bij de verzending van een wachtwoord voor het gespreksverslag.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College oordeelt dat uit de feiten niet aannemelijk is geworden dat klager niet wist waarom het gesprek werd gevoerd. Aan artikel 63 van de Beroepscode is daarmee voldaan.
Evenmin is vast komen te staan, gelet op de verschillende standpunten van partijen, dat de psycholoog zich agressief jegens klager heeft opgesteld.
Ten slotte is niet gebleken dat persoonsgegevens van klager zijn gelekt door een smsbericht via iMessage te versturen met een achterhaalbare vermelding van de domeinnaam van haar partner.
Klacht ongegrond.
Uitspraak CvT: 15 juli 2026
Klaagster heeft gesolliciteerd naar een functie als wapendragend ambtenaar en heeft in dat kader een selectiegesprek gevoerd met de psycholoog. Zij verwijt de psycholoog dat zij door zijn onzorgvuldige handelen is geretraumatiseerd, dat de psycholoog rollen heeft vermengd en met haar als man een gesprek over verkrachting is aangegaan.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College van Toezicht oordeelt dat de klacht deels gegrond is. Voor wapen dragende functies mogen kandidaten stevig worden bevraagd op ingrijpende levensgebeurtenissen. De psycholoog heeft in dit geval zich echter onvoldoende rekenschap gegeven van de mogelijk indirecte effecten van zijn beroepsmatig handelen.
Artikelen 25 en 103 van de Beroepscode overtreden.
Klacht gegrond, waarschuwing.
Uitspraak CvT: 30 juni 2026
Klager, die heeft gesolliciteerd naar een wapen dragende functie, heeft een selectiegesprek gevoerd met de psycholoog. Hij verwijt de psycholoog dat zij daarin zijn autonomie en privacy heeft geschonden door hem te dreigen met een negatief advies indien hij geen informatie deelde, de informatie heeft gedeeld met een collega en onjuiste verslaglegging heeft opgesteld.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College oordeelt dat in het algemeen kandidaten stevig mogen worden bevraagd op ingrijpende levensgebeurtenissen bij sollicitaties naar wapen dragende functies. In het licht hiervan is het niet onzorgvuldig geweest klager gedetailleerde vragen daarnaar te stellen waarbij hij steeds de keuze kreeg met het interview te stoppen. Daarmee is zijn recht op zelfbeschikking door de psycholoog gerespecteerd. Wel is scholing op het gebied van trauma bij selectiepsychologen nodig.
De psycholoog mocht voorts overleggen met een collega over de casus. Dit getuigt van een zorgvuldige werkwijze en klager was hierover geïnformeerd. Of sprake is van onjuiste verslaglegging kan het College niet vaststellen.
Klacht ongegrond.
Uitspraak CvT 30 juni 2026
Klaagster verwijt de psycholoog onder meer dat zij de behandelrelatie te abrupt heeft beëindigd zonder vervolgplan, geen deskundig advies heeft ingeroepen en haar onvoldoende nazorg heeft geboden.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de klacht in zijn geheel ongegrond is.
De psycholoog heeft de behandeling van klaagster kunnen afsluiten zoals zij heeft gedaan ook indien rekening wordt gehouden met de problematiek van klaagster. Dat klaagster heeft aangegeven zichzelf mogelijk iets aan te doen, kan op zichzelf niet leiden tot de conclusie dat de psycholoog onzorgvuldig heeft gehandeld. Niet is gebleken dat de psycholoog geen deskundig advies heeft ingeroepen, nu vaststaat dat sprake was van intercollegiaal overleg in de vorm van werkbegeleiding en supervisie. Ook is er voldoende nazorg geboden door te zorgen voor vervanging, daarbij rekening houdend met de specifieke behoeften van klaagster op psychologisch vlak.
Ten overvloede is door het College overwogen dat klaagster misbruik heeft gemaakt van tuchtrecht door deze klacht in te dienen en geen uitspraak te verlangen. Het is uiteindelijk in belang van de psycholoog geacht de klacht wél inhoudelijk te beoordelen.
Klacht ongegrond.
Uitspraak CvT: 14 april 2026
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld.
Klagers, pleegouders van een meisje met een licht verstandelijke beperking, verwijten de psycholoog dat hij hen in de mail onvoldoende respectvol heeft bejegend en berichten niet rechtstreeks aan hen, maar via derden, heeft verzonden waardoor niet transparant is gecommuniceerd. De psycholoog heeft aangevoerd dat hij meer op samenwerking had moeten koersen en dat hij daartoe bereid blijft. Het College oordeelt dat de gewraakte mail op verschillende manieren kan worden gelezen en dat er geen aanleiding is dit klachtonderdeel gegrond te verklaren nu de problemen tussen partijen voor een groot deel zijn opgelost. Binnen het gehele systeem wordt bovendien weleens minder transparant gecommuniceerd. Dit is de psycholoog echter niet persoonlijk te verwijten. Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 26 maart 2026
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld.
Klager verwijt de psycholoog dat zij hem ten onrechte EMDR heeft geweigerd, hem ervan heeft beschuldigd dat hij dingen niet begrijpt en hem niet verder wil behandelen indien hij relatietherapie met zijn vriendin start bij een andere psycholoog. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat de klacht in zijn geheel ongegrond is. De psycholoog kon EMDR weigeren nu klager niet voldeed aan de daarvoor in de zorgstandaard DSM-V genoemde vereisten. Daarnaast is het gebruik van de woorden ‘dat bedoel ik nou’ door de psycholoog tegen klager niet zodanig ernstig dat dit een tuchtrechtelijk verwijt oplevert. Tenslotte heeft de psycholoog juist gehandeld door de verwachtingen van klager te managen wat betreft voortzetting van behandeling bij haar. Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 26 maart 2026
Klager, die als kandidaat voor een wapendragend beroep een psychologisch onderzoek heeft ondergaan, verwijt de (leidinggevend) psycholoog onder meer dat zij de naam van de betrokken selectiepsycholoog heeft geweigerd te verstrekken, inzage in, afschrift en correctie van het dossier heeft geweigerd en heeft toegelaten dat klager onnodig aan negatieve ervaringen is blootgesteld doordat er (te) confronterende vragen aan hem zijn gesteld.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Het College is van oordeel dat de naam van de selectiepsycholoog wel op een moment verstrekt had dienen te worden en dat de psycholoog volgens de AVG eerder had moeten overgaan tot inzage in en afschrift van het dossier. De overige klachtonderdelen zijn niet gegrond.
Artikelen 17, 28, 29, 36 en 100 van de Beroepscode overtreden.
Klacht deels gegrond, waarschuwing.
Uitspraak CvT: 6 maart 2026
Klager (hierna ook vader) verwijt de psycholoog dat zij ten onrechte een melding heeft gedaan bij Veilig Thuis (VT) en daarin een onjuist beeld van moeder heeft geschetst waarmee zij de VT-rapportage over moeder positief heeft willen beïnvloeden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht oordeelt dat de psycholoog in voldoende mate aan de vereisten genoemd in de meldcode heeft voldaan en dat zij onder de gegeven omstandigheden (klager had een dienstwapen en de psycholoog had ook een onafhankelijke bron (de wijkagent) over de bedreigingen geraadpleegd), is kunnen overgaan tot een melding zonder klager hiervan in kennis te stellen. Of de psycholoog een te positief beeld van moeder in de melding heeft gegeven is niet komen vast te staan. Beide klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard.
Uitspraak CvT: 5 februari 2026
Klager (hierna ook vader) verwijt de psycholoog onder meer dat zij een valse melding bij Veilig Thuis heeft gedaan door ouderverstoting niet te melden, de stappen van de Meldcode niet heeft gevolgd en onvoldoende dossier heeft gehouden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht oordeelt dat ouderverstoting geen gevalideerd diagnostisch begrip is binnen de psychologie. De klacht dat de psycholoog dit – zo dit al kan worden vastgesteld – niet heeft gemeld bij Veilig Thuis is daarom niet gegrond en evenmin staat vast dat zij een valse melding heeft gedaan. Wel heeft de psycholoog stap 3 van de Meldcode ten onrechte overgeslagen door voorafgaand aan de melding niet het gesprek met de dochter en/of haar ouders te voeren. Openheid is een belangrijke grondhouding in de dienstverlening van psychologen aan cliënten en hun ouders. Dit deel van de klacht is dus wel gegrond. Ten slotte is het klachtonderdeel dat te weinig dossier is gehouden niet gegrond. Klacht is deels gegrond, waarschuwing opgelegd.
Uitspraak CvT: 18 februari 2026
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld.
Klagers (de ouders) verwijten de schoolpsycholoog dat zij op oneigenlijke gronden is overgegaan tot een Veilig Thuis (VT)-melding over hun dochter. Ook heeft zij de melding op onzorgvuldige wijze gedaan en heeft zij de jongste kinderen van klagers in dat kader niet gehoord. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College van Toezicht oordeelt dat vast is komen te staan dat de psycholoog onzorgvuldig en oneigenlijk heeft gemeld bij VT. Zij heeft niet voldaan aan de vereisten (ook wel stappen) genoemd in de Meldcode door de ouders onvolledig te informeren over de melding en heeft daarnaast voor verkeerde terminologie in de melding gekozen. Dit deel van de klacht is dus gegrond. Daarnaast was de psycholoog niet verplicht de jongere kinderen uit het gezin te horen. Dit deel van de klacht is niet gegrond. Klacht deels gegrond, waarschuwing opgelegd.
Uitspraak CvT: 5 februari 2026